NIEUWS - MULTIFIX in het Financieel Dagblad
Complexe toeleverketens vragen om meer regie
De food- en agrisector verandert snel. Strengere regelgeving, hogere kosten en geopolitieke onzekerheid zetten productiebedrijven en machinebouwers onder druk. Tegelijkertijd groeit de behoefte aan automatisering en slimme technologie. Deze ontwikkelingen maken ook de organisatie van de toeleverketen belangrijker: producenten zoeken naar manieren om leverzekerheid te vergroten, voorraden te beperken en interne capaciteit vrij te maken.
Arno Heesters, CEO van Multifix Group, ziet daar een duidelijke verschuiving. Het bedrijf, van oorsprong leverancier van bevestigingsmaterialen en componenten, richt zich steeds meer op supplychainregie en assemblage. Food en agri zijn belangrijke markten; volgens Heesters komt 25 tot 30 procent van de omzet uit deze sectoren. “Het managen van een groot aantal leveranciers kost veel tijd en energie. Voor veel machinebouwers is dat geen onderscheidend onderdeel van hun activiteiten. Door delen van de keten uit te besteden, kunnen zij de focus beter leggen op innovatie, ontwikkeling en het eindproduct.”
Een belangrijk voordeel is dat niet langer tientallen of honderden afzonderlijke onderdelen hoeven te worden beheerd. Wanneer een complete module wordt ingekocht, verschuift de aandacht van losse componenten naar één subassemblage. Dat kan indirecte kosten verlagen en voorraadbeheer overzichtelijker maken. Juist in food en agri, waar continuïteit en leverzekerheid zwaar wegen, kan dat volgens Heesters van belang zijn. Daarbij gaat het niet alleen om directe productkosten. Ook doorlooptijden, kwaliteitscontrole, opslagruimte en interne handelingen bepalen wat een keten werkelijk kost.
Mix van sourcingsregio’s Multifix koopt onderdelen in verschillende regio’s in, waaronder Nederland, Duitsland, België, Centraal-Europa en Azië. Die spreiding moet voorkomen dat klanten te afhankelijk worden van één land of regio. Verstoringen in handelsroutes en geopolitieke spanningen hebben de afgelopen jaren laten zien hoe kwetsbaar internationale ketens kunnen zijn. Ook voor food- en agribedrijven, die afhankelijk zijn van een voorspelbare aanvoer van onderdelen en machines, wordt spreiding belangrijker. “Wij proberen bewust een mix van sourcingregio’s aan te houden. Daardoor zijn we minder afhankelijk van één gebied en kunnen we makkelijker schakelen als ergens problemen ontstaan.”
Ook de aard van uitbesteding verandert. Waar bedrijven vroeger vooral losse onderdelen inkochten, worden volgens Heesters steeds vaker complete modules en subassemblages extern geproduceerd. De kennis die bedrijven zelf willen behouden, zit vaker in software, ontwikkeling en technologie. Mechanische en mechatronische samenstellingen lenen zich daardoor eerder voor uitbesteding.
“Je ziet dat klanten opschuiven van componenten naar samengestelde delen en complete assemblies. Daarmee verandert ook onze rol: we leveren niet alleen producten, maar nemen een deel van het productieproces over. Voor klanten betekent dat minder complexiteit in inkoop en voorraadbeheer.”
Die ontwikkeling zal volgens Heesters doorzetten. Arbeidsmarktkrapte, kostenbeheersing en de behoefte aan flexibiliteit stimuleren bedrijven om kritischer te kijken naar welke activiteiten zij zelf uitvoeren en welke onderdelen beter bij gespecialiseerde ketenpartners kunnen worden ondergebracht. Daarmee verschuift uitbesteding van een puur inkoopvraagstuk naar een bredere keuze over efficiëntie, continuïteit en de inrichting van productieprocessen.